Evert Martens
Evert Martens was op 11 juni 1747 in Oldeberkoop getrouwd met Willemke Frankes afkomstig uit Wolvega. Hij was de zoon van Marten Everts en Petertje Jans die vanaf 1739 in Oldeberkoop vermeld werden. Evert werd van 1758 tot 1778 als huurder van stem 16 onder Oldeberkoop geregistreerd. Zijn oudste zoon Marten Everts werd de stamvader van het geslacht ten Hoor. De naam werd ontleend aan de boerderij onder Oosterwolde waar Marten Everts gewoond had. Bij de akte van naamsaanneming in 1811 woonde het gezin op Steginga onder Oosterwolde. De jongste zoon van Evert Martens, Franke Everts van der Horst (1763-1842) nam de naam van der Horst aan, ontleend aan Boekhorst waar hij rond 1811 woonde. Alle naamdragers ten Hoor stammen af van Marten Everts ten Hoor (1752-1825). Er zijn verschillende families van der Horst.
Marten Everts kwam naar mag worden aangenomen uit Jubbega-Schurega waar hij in 1728 met zijn vrouw Petertje Jans als lidmaat werd ingeschreven. In 1718 en 1728 komt hij daar voor als huurder van stem 5.
In 1995 is een Genealogie van der familie ten Hoor verschenen, samengesteld door Jan, Matty en Joan ten Hoor.