Archive for the ‘Genealogy’ Category
François Spiering (ca 1550 – 1630)
Francois Spiering / Spierincx. Arrived in Delft 1591, became member of the Guild in 1613. In his successful tapestry workshop he produced figurative (pictorial) tapestries. He was visited in 1598 by the diarist Aernout van Buchell (1565?-1641) who in his diary raved about the pictorial quality and colour which was – he wrote – nearly as good as that of oil paints.
From 1592 onwards Spiering’s workshop was located at St Agnes convent or Agnietenklooster -alias Spierinxklooster- at the last block of houses of Oosteinde, south side, near East gate. This building measured 6 by 8 meters, having bare walls. It was given to him free of rent as the Town of Delft valued his workshop. From 1599 onwards he rented a yard connected to the St Agnes convent. He employed, each for a certain time, the painters/designers H.C. Vroom and Karel van Mander the elder. Karel van Mander the Younger had started out as a gifted tapestry designer in Spiering’s workshop, and he founded his own workshop later on.
In 1613 the States General contracted him to produce a series of grand tapestries for the sum of 16.933 guilders. On May 17, 1616 Van Mander rented a house belonging to the St Anna convent for this purpouse.
Spiering owned an art collection which boasted fine prints and drawings including works from Italy and a superb collection of Lucas van Leyden. This collection was transfered by his sons to The Hague in 1638.
Evert Martens
Evert Martens was op 11 juni 1747 in Oldeberkoop getrouwd met Willemke Frankes afkomstig uit Wolvega. Hij was de zoon van Marten Everts en Petertje Jans die vanaf 1739 in Oldeberkoop vermeld werden. Evert werd van 1758 tot 1778 als huurder van stem 16 onder Oldeberkoop geregistreerd. Zijn oudste zoon Marten Everts werd de stamvader van het geslacht ten Hoor. De naam werd ontleend aan de boerderij onder Oosterwolde waar Marten Everts gewoond had. Bij de akte van naamsaanneming in 1811 woonde het gezin op Steginga onder Oosterwolde. De jongste zoon van Evert Martens, Franke Everts van der Horst (1763-1842) nam de naam van der Horst aan, ontleend aan Boekhorst waar hij rond 1811 woonde. Alle naamdragers ten Hoor stammen af van Marten Everts ten Hoor (1752-1825). Er zijn verschillende families van der Horst.
Marten Everts kwam naar mag worden aangenomen uit Jubbega-Schurega waar hij in 1728 met zijn vrouw Petertje Jans als lidmaat werd ingeschreven. In 1718 en 1728 komt hij daar voor als huurder van stem 5.
In 1995 is een Genealogie van der familie ten Hoor verschenen, samengesteld door Jan, Matty en Joan ten Hoor.
Ids Eminga
Ids Eminga was hoofdeling in Stiens. Hij leefde van ca. 1440 tot ca. 1490. Hij is mijn eerste voorvader waarvan bekend is, dat hij gestudeerd heeft aan een universiteit. Hij werd ingeschreven aan de universiteit in Keulen op 15 januari 1460. Uit zijn huwelijk met een onbekende vrouw uit het geslacht Wiarda zijn 9 kinderen bekend. De familie Eminga is een tak van de familie Wiarda. De Nederlandse adelijke familie van Cammingha stamt van zijn zoon Rienck Eminga, die met Syouck Kammingha getrouwd was.
Leonardus Panhuijzen
Leonardus Panhuijzen trouwde op 27 april 1783 in Nijmegen met Wesselina Wiskamp uit Gendringen. Hij was katholiek en zij protestants. De zoon Reinier werd op 25 mei 1783 in Nijmegen gedoopt (protestants). Leonardus werd op 13 augustus 1783 op het St.Stevenskerkhof eveneens Nijmegen begraven. Waar hij vandaan kwam, en hoe oud hij was is mij onbekend. Ik vermoed, dat hij uit het oostelijk deel van Noord-Brabant kwam, maar de bewijzen ontbreken. De weduwe Wesselina hertrouwde op 26 december 1785 met de landbouwer Evert Schouten, zij hadden 5 kinderen.
Ik ben benieuwd in hoeverre het voorgeslacht van Leonardus nog te vinden is.
Ds. Henricus Schregardus
De stamvader van de familie Schregardus werd rond 1636 geboren, maar waar is onbekend, en ook zijn de ouders niet bekend. Op 1 april 1651 werd hij ingeschreven aan de universiteit Franeker, in 1656 cand.theol. maar hij werd nog in Groningen ingeschreven op 27 november 1658, daar bleef hij maar kort, want op 10 mei 1659 werd hij in Leiden ingeschreven. Hij sloot zijn studie af al dr.med. in Franeker met zijn dissertatie “De tremore”.
Eerst werd hij Ds. in Rinsumageest waar hij van 3 augustus 1663 tot 16 april 1683 werkte. Daarna in Dokkum tot aan zijn overlijden op 6 juli 1702. Volgens besluit van de gedeputeerde staten van Friesland van 17 juli 1687 was het hem geoorloofd zowel als dominee alsook als arts te werken.
Henricus was eerst gehuwd met Feyckien Luitinga (1638-1665) en daarna met Hiltje Wolters Wolfganck (1644-ca. 1707) uit het eerste huwelijk een dochter Margriet en uit het tweede huwelijk 5 zoons en 2 dochters waarvan met uitzondering van de zoon Isaack allemaal nageslacht bekend is.
Onze tak stamt van de tweede zoon Johannes Schregardus, chirurgijn in ’s-Gravenhage.
Icke
Mijn oudste voormoeder in absoluut vrouwelijke lijn. Zij was gehuwd met Edzart Jayens en hun dochter Sypken Edzarts trouwde op 21 juni 1601 in Midwolda met Oompke Aeissens. Sypken zal wel rond 1580 zijn geboren en haar moeder Icke tussen 1550 en 1560. Dat waren nog tijden! Ik ben generatie 14, maar de kleindochters van mijn zuster hebben een matrilineaire lijn over 16 generaties.
Jan Engberts
Jan Engberts, de stamvader van de familie Mullender uit de omgeving van Dokkum kwam oorspronkelijk uit Zwolle.
Bij zijn inschrijving van het huwelijk voor het gerecht te Dokkum op 21 januari 1719 werd hij vermeld als soldaat in de compagnie van Burmania (waarschijnlijk Rienck van Burmania) afkomstig van Zwolle. Toen hij werd ingeschreven in het burgerboek van Dokkum met zijn zoons Engbert Jans en Jan Jans op 4 februari 1730 werd eveneens als plaats van herkomst Zwolle vermeld.
Hij was van 15 oktober 1729 tot 7 mei 1736 roggedrager van de stad Dokkum. Toentertijd blijkbaar een officiële functie. Van zijn zoon Engbert heb ik het nageslacht van 2 zoons uitgezocht. Pijbe Engberts met de familienaam de Vries en Albert Engberts met de familienaam Mullender.
Klaas Jelles
Mijn tweede voornaam en tegelijk roepnaam Klaas dank ik aan mijn grootvader van moederskant Klaas Mullender (1875-1949) hij dankt de naam aan zijn grootvader van moederskant Klaas Egberts de Vries (1811.1881) zijn naam komt naar ik mag aannemen van een oom van moederszijde genaamd Klaas Tjallings Dijkstra (1754-1840) en daarvan de grootvader Klaas Jelles.
Klaas Jelles was rond 1680 geboren, vermoedelijk in Foudgum, en kwam uit een doopsgezinde familie. Hij werd als volwassene op 7 juni 1720 in Akkerwoude gedoopt. Zijn vrouw Jipkje Tjerks was op 26 oktober 1684 in Brantgum gedoopt en zij waren in Raard op 1 augustus 1709 getrouwd.
Hij was gebruiker van stem 4 onder Veenwouden, als eigenaar werd de pastorie ingeschreven. Eveneens komt hij voor als gebruiker van stem 9, in eigendom bij Joost Rinia.
In 1730 verkocht hij huis, hof, bomen en planten aan Lieuwe Lieuwes, gelegen met Freerk Jelles ten oosten; Tjerk Hayes ten zuiden; Ruurd Ruurds de Jonge ten westen en de Heereweg ten noorden.
Zijn uitgebreide nageslacht draagt hoofdzakelijk de naam Hoekstra.
Evert Hendriks Haarman
Mijn eerste voornaam Evert heb ik te danken aan mijn grootvader Evert Jansen (1884-1967). Zijn grootvader heette ook Evert Jansen (1828-1900) en kreeg als jongste zoon de naam van zijn overgrootvader Evert Jansen (Nijmans) (1716-1787), mogelijk via zijn oom Evert Evers (1798-1848). De grootvader van Evert Jansen (Nijmans) werd vermeld als Evert Hendriks Haarman.
Evert Hendriks Haarman was meijer op erve de Haar onder Ane bij Gramsbergen. Hij koopt met zijn vrouw Aaltje Jansen in 1715 de Hardtakker.
In de rechtelijke archieven van Coevorden komt hij voor bij de volgende moberstelling:
Actum in Judicio tot Coevorden den 19 April 1712 Righter A. Stuirman ceurnoten Engbert Bartelinck en Lucas Scheerman Compareerde in den Edelen Gerighte Hendrickjen Nijmans, laast weduwe van wijlen Roelof Westerman, in dezen geadsisteert met Geert Scheerman, versoekende dat over haar onmundige kinderen met naamen Annigjen en Derck Westerman, bij wijlen Roelof Westerman in echte verweckt, tot mombaeren mogten worden gestelt ende geauthoriseert Henderick Gerritsen Westerman woonende op het Pickveld en Evert Hendericks van Ane, welke personen bij den Edelen Gerigte tot mombaren zijn gestelt ende geauthoriseert, zoo hebben voornoemde persoonen bij handtastinge in eedes plaatse belooft gemelte mombaerschap met alle getrouwigheid te zullen en willen bedienen. A. Stuirman 1712 Scholtus Engebert Bertelynxsen Lucas Jannesen Scheerman
